Ode
Zaltbommel, september 2010
Bedrijven doen steeds vaker hun best om maatschappelijk verantwoord te zijn. Op het snijvlak van de gedeelde belangen tussen people, planet en profit wordt naarstig gezocht naar duurzame oplossingen om de wereld ook voor de volgende generatie in leven te houden. Inmiddels werken daardoor steeds meer mensen in energieneutrale kantoorgebouwen. De aardwarmte wordt er zorgvuldig rondgepompt, de elektrostatische windgenerator wekt de stroom op en met regenwater worden de toiletten doorgespoeld. Poeh, wat een opluchting, we zijn op de goede weg: er gaat minder energie verloren. Maar hoe zit het met de energiehuishouding en duurzaamheid van mensen zelf?
Het aantal burn-out-klachten is in 2009 toegenomen met 48,5 procent ten opzichte van een jaar eerder, meldde het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten. Burn-out is het resultaat van langdurig uit balans zijn. Er is meer energie gegeven dan dat er is teruggekregen. Mensen branden op, omdat ze gedurende een langere periode niet vanuit hun bezieling hebben kunnen leven en werken.
Maatschappelijk verantwoord ondernemen is dus een prachtig gegeven, maar er is blijkbaar meer nodig om de financieel-economische resultaten, de sociale belangen en het milieu in evenwicht te houden. In deze kwetsbare driehoek van duurzaamheid speelt de mens een centrale rol.
De Amerikaanse arts Roy Walford heeft ontdekt dat alle levende wezens, afhankelijk van hun lichaamsgewicht, over eenzelfde hoeveelheid levensenergie beschikken. Hij zegt dat dit ongeveer 2500 kilojoules per gram lichaamsgewicht is. Wat betekent dit nu? We krijgen met onze geboorte een bepaalde hoeveelheid energie mee. Wij bepalen voor een belangrijk deel zelf of we snel of langzaam door deze voorraad heengaan. Neem bijvoorbeeld een leeuw in de dierentuin, die de stukken vlees voor zijn neus krijgt geworpen. Hij leeft gemiddeld twee keer langer dan zijn soortgenoot in de vrije natuur, die dagelijks hard voor zijn eten moet werken. Zo leeft een werkbij ongeveer drie maanden. In die tijd heeft hij een afstand gevlogen die overeenkomt met drie keer de omtrek van de aarde. Hij is dan in die korte tijd volledig door zijn beschikbare hoeveelheid levensenergie heen. De bijenkoningin daarentegen laat zich verzorgen en kan wel tot twintig jaar oud worden! Een zeeschildpad gebruikt in de oceaan nauwelijks energie. Hij laat zich steeds meevoeren naar waar de stroming hem brengt. Zonder enige inspanning kan hij daarmee een leeftijd van wel 150 jaar bereiken.
U kunt uw levensenergie vergelijken met de accu van een auto. Op het moment van uw geboorte krijgt u een nieuwe accu mee die gevuld is met een bepaalde hoeveelheid energie. Deze vitaliteit kunt u zien als het vermogen om te herstellen van ziekten en nieuwe cellen op te bouwen. Als deze accu eenmaal is versleten, gaan we dood. We worden met zijn allen wel steeds ouder, maar in het aantal jaren dat we langer leven, zijn we gemiddeld ook langer ziek.
Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie wordt 75 procent van de hedendaagse welvaartsziekten bepaald door onze levensstijl. Uw manier van leven en werken is dus van invloed op de kwaliteit van uw accu. Het is daarom van belang om zo zuinig mogelijk met die accu om te gaan. Hiermee kunt u uw levensverwachting flink verhogen. Dankzij wetenschappelijke onderzoeken weten we steeds beter wat ziekmakende factoren zijn. Maar wat kunnen we zelf doen om duurzaam gezond te blijven? Dit antwoord wordt onder meer gegeven door ‘ervaringsdeskundigen’ van honderd jaar en ouder. Zij vertonen een aantal gemeenschappelijke leefstijlkenmerken die bijdragen tot een hoge leeftijd en een gezonde gesteldheid. Bij deze vitale oudjes, die we nog in grote getale vinden in Sardinië, Okinawa, Costa Rica, Icara en Loma Linda, Californie, blijken een zestal factoren van belang te zijn om duurzaam door het leven te gaan:
Bij veel bedrijven en organisaties bestaat het ziekteverzuimprogramma voornamelijk uit het eenzijdig begeleiden van zieke medewerkers. Er worden vragenlijsten gemaakt, procedures voor ziekmelding opgezet en afspraken gemaakt over re-integratie. Gelukkig zien we ook een ontwikkeling dat meer bedrijven vanuit de preventieve kant naar gezondheid en ziek zijn kijken en daar beleid op voeren. Binnen deze vitaliteitprogramma’s staan gezonde voeding en meer bewegen centraal.
Nu blijkt echter dat 75 % van het ziekteverzuim niet fysiek is, maar een psychische achtergrond heeft. De medewerker ervaart vaak langdurig een te hoge mate van stress, weet zich niet gezien door een leidinggevende of mist een stuk zingeving bij het uitvoeren van zijn dagelijkse werkzaamheden. Dit resulteert in een demotivatie, minder betrokkenheid en verminderde productiviteit van de medewerkers. Zij lopen daarmee een verhoogd risico op ziekteverzuim.
Werkelijk maatschappelijk verantwoord ondernemen vraagt dus niet alleen om ‘’groen denken’’ over de omgeving waarin u leeft en werkt, maar vooral ook om de manier waaróp u leeft en werkt. Hoe gaat u duurzaam om met het grootste kapitaal van de organisatie, namelijk met de mensen die er werken. Er bestaat een duidelijke analogie tussen de vitaliteit van de medewerkers en die van de organisatie. De zes bovengenoemde leefstijlkenmerken zijn een gezonde basis om die vitaliteit te waarborgen. Ze bestaan uit drie objectieve factoren: voeding, beweging en herstelmomenten. En uit drie subjectieve factoren; positieve gedachten, sociale contacten en bezieling. In het streven naar duurzaamheid voor elkaar is een integrale aanpak het antwoord.
Albert Sonnevelt is levenscoach. Hij geeft workshops en trainingen op het gebied van de duurzame mens. Albert Sonnevelt is schrijver van 2 boeken, heeft een eigen opleidingsinstituut en is regelmatig op t.v. te zien in diverse lifestyle programma’s.